Met een zucht kan ik alweer constateren wat ik al altijd moet constateren. Dat ieder normaal meisje die rondloopt op deze aardbol met de leeftijd van achttien jaar een vriend moet hebben. Een jongen die haar wederhelft is, haar soulmate en de prins op het witte paard. Ik mag niet mee naar de zovele dubbeldates die mijn geweldige vriendinnen organiseren of ik mag het wel maar dan zit ik de hele tijd naar romantisch geklef te kijken. Nee, dank je, ik heb ook mijn gevoelens. Of ik word meegesleurd naar een van die dubbeldates en dan word dan prompt het gespreksonderwerp. Want waarom slaag ik er niet in om net zoals de ‘normale’ mensen een vriend te vinden? Ben ik dan misschien een jaloers kreng, verschrikkelijk moeilijk om samen mee te leven of een frigide trut? Wat natuurlijk zeer bevorderend is voor mijn zelfvertrouwen en wat eindigt in denken dat ik het meest afschuwelijke, afzichtelijke monster ben dat rondloopt op deze aardbol. Terwijl ik van die kirrende vriendinnen hoor dat ze het niet snappen waarom een mooi, lief en intelligent meisje als ik nog alleen ben. Maar ik heb een verklaring.
Ik val op verkeerde jongens. Ik val op de jongen waarvan je denkt ‘Met hem is er toch ook wel iets mis.’ Dat is de jongen waar ik meestal op val. Ik val op de jongen die meestal niet aanwezig is in de lessen is en op de jongen met wie er altijd problemen zijn. Ik val op de jongen die mij sowieso laat vallen, waarvan ik weet dat hij mij pijn doet. Ik blijf altijd in dat ene feit geloven: dat hij niet de volgende verkeerde zal zijn.
Ik val op de jongen die er zogezegd wel goed uitziet, maar dan een verdraaide rotzak blijkt te zijn en ik kan er niets aan doen. Ik val op de jongen die totaal verschillend is waardoor we geen enkele band hebben. Ik val op de jongen die gewoon mijn lichaam wilt en waarvan de rest hem niets kan schelen. Dat het hem niets kan schelen dat ik iets heb zoals een hart.
Ik val vooral op die vriend van. Op die jongen die iedereen kent en waarvan je het dan moet fluisterend toevertrouwen aan die ene persoon die haar mond houdt. Waarop een ‘Toch niet hém?’ volgt die ik wel kon verwachten. Op die jongen die er geen benul van heeft en dit vooral nooit zal lezen want ik interesseer hem toch voor geen haar. Ik ben gewoon het meisje waarmee hij kan lachen, het meisje met die eeuwige lach op haar gezicht. Ik ben grappig en geen jaloerse trut die beslag op hem legt. Ik ben gewoon lieve, leuke ik. Ik lach met zijn mopjes en plaag hem met zijn stommiteiten. Ik ben gewoon dat meisje dat nuchter is wanneer hij dronken is en op wie hij dan kan steunen. Ik ben het meisje met wie hij een film kan kijken en kan wegdommelen omdat ik toch maar mij ben. Ik ben het meisje die hij doet lachen.
Ik ben het meisje van wie haar hart breekt iedere keer wanneer ik besef dat ik maar dat meisje ben.

1 reactie
Feed met reacties voor dit artikel
maart 21, 2010 bij 3:08 pm
odimo
Héél herkenbaar. Ik hoop dat de foute jongen spontaan verandert in een goede jongen, of dat je in het vervolg enkel nog goede jongens tegenkomt. Je verdient een jongen die jou niet leuk, maar geweldig vindt.